De week

Maandag:

Ik sta moe op na een weekend muren van kleur te voorzien in dochters’ huis. De werkdag komt met een nieuwe vrijwillige collega, vermits één van ons team herstellende is van een operatie. Er is, zacht gezegd, nog werk aan, maar iedereen verdient een kans zeker?

Bij thuiskomst is het lief er al. We eten meegekregen broodjes van het werk en gaan daarna nog op pad om een tweedehands tafel en stoelen te bekijken voor hem. Er wordt een deal gemaakt, want echte kwaliteit voor een prikje.

Eens weer thuis laten we onszelf en de hond uit en belanden daarna op de sofa. Mijn kaars is uit!

Dinsdag: 

Slecht geslapen is een understatement, ik ben verdorie blij dat ik mag opstaan. De oorzaak: pijn hebben in de onderrug en van heup tot tenen op de kant waar ik graag slaap. Die pijn is er al een tijd, ik geef de osteopaat nog één kans om dat beter te maken. Lukt dat niet ga ik echt naar een reguliere dokter moeten vrees ik, want zo kan het niet blijven doorgaan.

Na ontbijt en douche doen we een toertje dichtbij park met Bowie en daarna gaat hij met zijn baasje weer huiswaarts.

Na nog een boodschap maak ik broodpudding (van overschot baguettes van het werk), soep en een snelle Indische maaltijd voor ’s middags. Ik eet op tijd, want om 13u heb ik afgesproken met één van mijn zussen voor een wandeling georganiseerd door de wandelclub van Ingelmunster. Dat was nog een halfuurtje rijden, dus ik had mijn eten vroeg achter de kiezen. 

De wandeling was fijn en al babbelend in een wip voorbij ook. Voor herhaling vatbaar! Eens aan de auto deden we nog van ruilhandel. Ik kreeg twee puzzels, zus ging naar huis met een deel van de broodpudding.

’s Avonds was ik bizar vroeg moe en zat rond 21u al in bed.

Woensdag:

Van rond 10u tot 13u weer paraat op de vrijwillige werkplek. Ik werk dan het grootste deel achter de schermen. Bestekken blinken (komen soms niet al te proper uit de vaat). No brainer met vaak een podcast op de achtergrond al wist ik deze keer niet wat kiezen en werd het radio 2 met een jaren ’80 top 500. Mijn jeugd passeerde dus. Na die bestekken volgt standaard nog een drankenautomaat die moet bijgevuld worden en help ik na het eten nog wat in de bar. 

Eens weer thuis volgde de was en de plas, vaatwasser legen, … en deed ik een werkje dat ik al een paar weken uitstelde. De houder van mijn vuilbak buiten schoonmaken. Ik zet heel weinig vuilnis aan de straat en daardoor komen er al eens maden in de vuilzak. Vies!

Eens dat gedaan was verzamelde ik ook nog alle kippen-attributen. Een drinkemmer, voedersilo, kalkgrit en ontdeed ik de bak met kippeneten (ik kocht een volle zak op de dag dat mijn laatste kip dood ging) nog van een laag stof. Al die zaken worden een niet traditioneel housewarming cadeau voor een ex-collega die net verhuisd is naar haar eigen stek.

De laatste tomatenplanten werden ook opgeruimd in de serre. Ik kon nog een kom kerstomaatjes plukken en ook nog paprika’s en een aubergine. Altijd een geluksmoment, zo je eigen voedsel kunnen plukken in eigen tuin.

De tuinslang en een vouwbare zonnezetel werden ook nog voor de winter opgeborgen in de garage. 

Net voor donker was ik weer binnen en deed voor de rest van de avond niet veel nuttigs meer.

Donderdag:

Op tijd opgestaan en voor 9u zat ik al op de fiets naar het lief. Hij zou zijn plafond in de leefruimte verven, maar de verfrollen lagen sedert het weekend bij de dochter, nog allemaal bij mij. Terwijl hij muren afplakte, meubels bedekte en schilderde, zorgde ik voor eten en werkte ik zijn strijk weg. En na de verfwerken deden we nog een iets grotere opkuis, een mens verplaatst immers niet elke dag zijn/haar meubels nietwaar? Na nog een boterham, trok ik weer naar mijn stek. Voor het eerst dit najaar fietste ik niet meer langs het kanaal naar huis, want daar is het net iets te eenzaam en donker om me comfortabel te voelen. 

Eens thuis typte ik nog een deel van dit verslag.

Vrijdag:

Hip hip, en ook hoera, voor dit:

Die ‘ga zo door’ moet ik maar eens meer in de praktijk gaan brengen.

Het eerste deel van de dag verliep zoals vrijdagen dat traditioneel doen. Kassawerk en de bar doen. De gebruikelijke vriendelijke klanten, de niet zo vriendelijke, en veel mensen van buiten Kortrijk die de moderne kunsten her en der in de stad en ook op mijn werkplek komen bekijken. En dan vallen er altijd complimenten over het gebouw waar ik werk. Er staan immers niet in elke horecazaak heuse bomen binnen. Bij ons, samen met heel veel andere planten, dus wél.

Eens gedaan met werken ging ik nog eens struinen in de Ecoshop. Ik hou immers van tweedehands en vintage en is het dat niet, dan kom ik wel naar huis met twee emmers. Ze zien er splinternieuw uit, en ik betaalde er €3 voor. Ik ben er zeker voor dat we die voor de algemene opkuis van oudste haar huis broodnodig gaan hebben.

Weer thuis belandde ik lui op de sofa en belde ik nog met beide dochters over kerkhofbezoek en andere ditjes en datjes. Iets later stond het lief onverwacht voor de deur en trokken we nog naar een tuincentrum om bloemen voor de graven. Ik kwam ook nog naar huis met genoeg voer om een vogelrestaurant te kunnen openen. Er zit een creatiefje in mijn hoofd om dat in de tuin te realiseren.

Zaterdag:

Ik was vroeg beneden, maar bleef na het ontbijt toch weer een halve voormiddag zetelhangen. Na de douche trok ik nog naar de supermarkt, niet mijn gebruikelijke, want bibi was vergeten dat het een hoogdag was en dat de meeste winkels dus dicht zijn. Ik maakte mezelf nog wraps voor twee dagen, voornamelijk met verse groenten uit eigen tuin en wat kip en dat heeft bijzonder gesmaakt.

Na het eten zorgde ik effectief voor de vogels buiten en plooide ik nog wat was. Een beetje later was ik al bij mijn tweede thuis.

De kleinzoon was bij opa, en die was net iets te enthousiast met de gebakjes die ze samen waren gaan halen waardoor er twee averij opliepen. Niet erg, ze smaakten nog altijd!

We wandelden daarna nog naar de Leie, verrekijker mee, want er is daar een uitkijkpunt aan de sluis. Diezelfde kleinzoon heeft altijd genoeg energie om overal op te klimmen, die toren was dus leuk voor hem.

Op de terugweg naar huis leverde ik de kippenuitzet af bij de collega. Zij was jammer genoeg vergeten dat ik kwam, maar we wisselden nog wat berichten uit online. Ik mag dan later nog eens binnenspringen.

Thuis was het tijd voor soep en een restje van ’s middags en iets later ruilde het lief weer van stek. Zo gaat dat bij ons, heerlijk om zo dichtbij elkaar te wonen. Hij bleef hier slapen omdat de wekker al om 5:15u zou afgaan en hij in Kortrijk de trein zou nemen naar Brussel.

Zondag:

Die vroege wekker dus… Om de pijn wat te verzachten bracht ik hem met de wagen naar het station. De marathon van Brussel stond op zijn agenda. Niet om die zelf te lopen, maar om te supporteren voor zijn loopvriendin (die van de 171 marathons rond 1min16) die pacer was.

Na die rit belandde ik nog wat met Bowie op de sofa.

Toen het licht werd, werd diezelfde Bowie wat ongeduldig. Ik moest hem dus helemaal niet overtuigen om te gaan wandelen. Hij deed zijn behoefte al vooraleer we het woonerf uit waren (vandaar zijn ongeduld allicht) en samen deden we dan van toerist in eigen stad. Schoon, tot het niet meer schoon was, want ik maakte een lelijke val. Twee lage trapjes niet gezien toen ik rondom mij aan het kijken was. Ik landde lelijk op mijn knie en handpalm. Bowie snapte het niet helemaal en wou direct verder, ik moest eerst wat bekomen tegen een pilaar. Maar we geraakten thuis en daar was snel een ijspack tegen de pijn en eventuele zwelling.

In de namiddag gingen de dochters en ik naar de kerkhoven en deden daarna nog een tea room om wat bij te praten. Tegen dat ik weer thuis was was het 19u gepasseerd. Dat komt ervan als je een eind uit je geboortestreek gaat wonen.

11 reacties

Plaats een reactie